|
Mischa Andriessen
Al jaren publiceert Mischa Andriessen eigen en vertaald werk in menig literair tijdschrift en krant. Maar de C. Buddingh prijs die hij afgelopen jaar kreeg voor zijn debuutbundel Uitzien met D, gaf een kickstart aan de carrière van deze dichter, schrijver en jazzcriticus. In zijn gedichten staat de uitbundige persoon D. centraal: een roekeloze levensgenieter en hartsvriend van tegenspeler Ik, die alles doet wat Ik niet durft of kan. De laatste ziet passief toe hoe zijn alter ego hem langzaam ontglipt. Doordat de gedichten kleine verhaaltjes zijn, met vaak een komische ontknoping, lezen en luisteren ze gemakkelijk weg. Een tweede lezing legt de fundamenten van de gedichten bloot. Andriessen herbruikt Bijbelteksten en verwijst naar Amerikaanse dichters als T.S. Elliot.
|

|
|
Anna Arov Anna Arov is vaste medewerker van Wordsinhere en redacteur van literatuurmagazine Versal. Anna is organisator en presentator van Salon des Mots, het Utrechtse literaire podium voor internationale dichters en musici. Anna trad op bij diverse festivals en poëziepodia, zowel in Nederland als in Toronto, Geneve, Parijs en Berlijn. Zij publiceerde Observatory, een collectie van gedichten geïllustreerd door Léon M. Dekker, gedichten in literatuurmagazine Versal en nieuwe gedichten in de eerstvolgende uitgave van Atlas. Anna's poëzie is ook tentoongesteld in combinatie en samenwerking met straatkunst uit Rotterdam en Utrecht. Luister in het Huis naar haar gedichten over liefdesperikelen en de geheime lusten van Catharina de Grote.
|

|
Erik Bindervoet Erik Bindervoet is dichter, vertaler, essayist en beeldend kunstenaar. Bij het grote publiek geniet hij bekendheid vanwege zijn vertalingen van songteksten van The Beatles en recentelijk Bob Dylan. Ook vertaalde hij, samen met zijn vaste vertaalpartner Robbert-J an Henkes, Finnegans Wake van James Joyce en Hamlet van Shakespeare. In 1996 verscheen zijn poëziedebuut Tijdelijk zelfportret met hoofd en plaatsbepaling, oranje, dat direct werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Na zijn debuut publiceerde hij nog vier dichtbundels, waarvan Voor altijd het eerst (2008) de laatste was. Bindervoet zei ooit dat ‘een gedicht de lezer moet verlossen van de gevoelens die het zelf oproept.’ |

|
|
Remco Campert Deze titaan van de Nederlandse literatuur behoeft bijna geen introductie. Voor vele boeken, waaronder het dolkomische Geschenk uit de hemel, en de late bestseller Een liefde in Parijs, dichtbundels als Ode aan mijn Jas en gebundelde columns als Tot Zoens, ontving hij bijna even zo veel prijzen. Met als hoogtepunt de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre. De humor en alledaagse thematiek in zijn werk, in combinatie met een eenvoudig taalgebruik, maakt de alom geprezen allround schrijver Remco Campert tot een van de grootste Nederlandse penkunstenaars van na de oorlog.
|

|
|
Ellen Deckwitz “Hoe onbereikbaarder een droom te verwerkelijken is, hoe harder je er voor werkt”, vertelt Deckwitz in een interview. Haar droom: de Nobelprijs voor de literatuur. En al beseft ze dat dat misschien een brug te ver is, hard werken doet ze. Wel was er eerst een writersblock nodig voor ze goed op gang kwam in de wereld van de poëzie. Want met een contract voor een roman op zak sloeg ze namelijk volledig dicht, en stapte uit noodzaak over op het schrijven van verzen. Inmiddels timmert ze, groot geworden op poetry slams, behoorlijk aan de weg. Niet in de minste plaats is ze als een van de jongste dichters opgenomen in de bloemlezing van Erik Jan Harmens, Ik ben een Bijl, en is ze de benjamin van het Utrechts Dichtersgilde. Ook won ze de Meander Dichtprijs 2009 en de Nightwriter Schrijfwedstrijd. Haar verzen gaan over de zwarte kant van het leven.
|

|
Hans Dorrestijn Oud-tekstschrijver van Herman van Veen, radiomaker, televisiemaker, schrijver en dichter. Heel het oeuvre van Hans Dorrenstijn opsommen zou onbegonnen werk zijn, evenals de erkenning die hij daar voor kreeg: onder andere een Gouden Harp als bekroning voor zijn voltallig werk. Dat hij een divers man is, daar mag geen twijfel over bestaan. Op het Huis van de Poëzie zal hij zich vooral toeleggen op het voordragen van tekstgedichten die zoals veel van zijn werk opvallen door humor en een vleugje ironie. |

|
Kate Foley Kate Foley’s former working life ranged from delivering babies to conserving delicate archaeological material. She taught conservation at London University and became Head of English Heritage’s scientific and technical research laboratories but it wasn’t until she gave up the day job that she began to publish widely. Her 4th full collection The Silver Rembrandt came out with Shoestring Press in 2008. She now lives in Amsterdam, where she works with the magazine Versal, and leads workshops in both NL and UK.
‘…a rare thing, a poet with the candid Dutch, exact gaze…disturbingly good poems’ U.A. Fanthorpe. ‘…poems…beautifully poised, spare, moving, wise…’
Ambit
|

|
|
Donald Gardner Donald Gardner's first published poem was in the Paris Review in 1963 and he has been writing poetry and doing readings and performances ever since – in London, New York and Amsterdam. He has lived out of England much of his life, moving to Holland in 1979, where his day job is freelance translator. Collections of his poetry still in print are: How to Get the Most out of your Jet Lag (2001) and The Glittering Sea (2006). His book of translations of the poetry of Remco Campert, I Dreamed in the Cities at Night was published by Arc in 2007. Recently he was guest editor of UK literary magazine Ambit's special Dutch number and co-organizer of the magazine's Amsterdam launch in Perdu bookshop.
|

|
|
Megan M. Garr Megan M. Garr is the founder and Editor of Versal. Her poetry and writings have appeared or are forthcoming in Tears in the Fence, Upstairs at Duroc, Southern Poetry Review, Origin, Bordercrossing Berlin, RHINO, St. Petersburg Review, Tuesday and others. She lives in Amsterdam, the Netherlands with her partner, artist Shayna Schapp.
|
Geen afbeelding
|
|
Piet Gerbrandy Grammatica aan zijn laars lappen, lidwoorden negeren of zinnen onafgemaakt op papier zetten: Piet Gerbrandy schuwt geen enkel middel in zijn poëzie. In zijn werk trekt hij muren op waarmee hij de buitenwereld die vol heksen en demonen is buiten sluit, en waarmee hij verleidingen binnen houdt. En met succes. Van de bundels die Gerbrandy schreef werden er twee bekroond, met de Lucy B en C.W. van der Hoogtprijs en de Herman Gorterprijs. Als hij zelf niet dicht trekt Gerbrandy als idealistisch poëziecriticus met de pen ten strijde, doceert hij Latijn aan de Universiteit van Amsterdam, of vertaalt hij klassieke teksten.
|

|
|
Robert Glick Robert Glick is a PhD student in Literature and Creative Writing at the University of Utah and fiction editor of the Amsterdam-based literary journal Versal. Recent and forthcoming publication credits include Denver Quarterly, Black Warrior Review, Alaska Quarterly Review, American Book Review, and Passages North.
|

|
|
Tsjêbbe Hettinga De Friese dichter Tsjêbbe Hettinga schrijft de Gedichtendagbundel 2010, die hij voor zal dragen in het Huis van de Poëzie. Hij is met zijn grootse, atmosferische poëzie uniek in de Nederlandse dichtkunst. Zijn vocabulaire is mythisch, zijn beelden zijn visionair. Zijn indrukwekkende voordracht plaatst hem in de traditie van de oude barden.
Hettinga’s poëzie, met name zijn latere werk, hecht nauwelijks aan actualiteit, maar herinnert in zijn tijdloosheid aan het werk van dichters als Roland Holst, Slauerhoff of Yeats. Zijn Friese landschappen zijn universeel, terwijl het leven zoals hij het oproept vooral zinnelijk wordt ondergaan. In 2001 ontving Hettinga de prestigieuze Gijsbert Japicxprijs, het Friese equivalent van de P.C. Hooftprijs.
|

|
Rozalie Hirs Rozalie Hirs is een compositioneel talent. Ze begint haar carrière als musicus, studeert zang en piano, en promoveert in New York op microtonale systemen in de hedendaagse muziek. Ook in haar poëzie ligt een nadruk op compositie. Zo groeien in haar voorlaatste bundel, Speling (2005), de gedichten door de bundel heen: ieder gedicht is een regel langer dan de vorige. Met de lengte verandert ook de vorm en worden de verzen losser. Het resultaat is soms raadselachtig. Alsof het gedicht niet begrepen moet worden als tekst, maar gevoeld moet worden al was het een muzikale compositie. In haar laatste bundel, Geluksbrenger (2008), zegt ze haar doorbraak te hebben gevonden in het onderzoek naar vorm en inhoudelijke lyriek. |
 |
Maarten Inghels Inghels debuteerde vorig jaar in de Sandwich-reeks, onder redactie van Gerrit Komrij, met de bundel Tumult. Na zijn debuut ging het snel met de jonge dichter. Hij begon aan een roman en zette het De eenzame Uitvaart-project van dichter F. Starik in Antwerpen op, waarbij op uitvaarten zonder bezoek een gedicht wordt voorgedragen. Hij kreeg het roerend druk met alle interviews en voordrachten. Het Belgische nieuws-weekblad Knack riep hem onlangs uit tot de “toekomst van Antwerpen”. In zijn werk staat de onrust centraal. |
 |
|
De Internationale kamer The International Room is the place to be for a cross section of language, culture and poetry that will make you forget which continent you are on. Exploring the many chambers filled with Dutch poetic talent in the House of Poetry, you will find the cozy International Room where poets have traveled from all corners of the world to read their work. And it’s going to be a real party! For now, only Anna Arov (Can/Rus) is a certain presence, a poet who can tell you all about the secret passions of Catherine the Great. But keep watching this website, because Parisians, Americans, Britons and Germans will be arriving. So, go beyond the boarders celebrating Poetry Day in the International Room of House of Poetry! |
Geen foto beschikbaar |
Tjitske Jansen Binnen één rijm is deze dichter niet te vangen. Zo kenmerkt haar debuut Het Moest maar eens gaan Sneeuwen zich door variatie op alle fronten: in lengte, een gedicht bestaat soms uit enkele versregels en soms uit enkele pagina’s; in vorm, van vrije verzen tot haiku-achtige strofen; en ten slotte in inhoud. Een gedicht kan gewijd zijn aan sprookjesfiguren of aan de liefde, en schreeuwt van het papier op soms bijna smekende manier. Het lyrische prozagedicht Liefste bijvoorbeeld, waarin ze al ratelend iemand de liefde verklaart, maar tegelijk blij is dat hij al een beminde heeft want ze houdt “zo van verlangen” en “alleen zijn”. Of als ze in Als Liefde een Kwestie van Blijven Is, vraagt of iemand haar wil bevelen: “Blijf!”. |

|
|
Peter Knipmeijer In een paar jaar tijd ontpopte Peter Knipmeijer, die pas in 2006 begon met dichten, zich van “beroerde muzikant” tot gepubliceerd schrijver. Geregeld brengt hij nu zijn verzen ten gehore. Hoe het zo snel kon gaan? Zelf weet hij het niet, maar hij vermoedt dat het komt omdat er over iedere komma in zijn dichtregels minstens een maand is nagedacht. Het resultaat zijn heldere, beeldende gedichten waarin wolken zijn verdriet “miezeren”, en verrassende taal opduikt als “citroenfrisliefste nevelsymfonie” om een liefde te benoemen.
|
 |
Leine Leine hoort bij poëzie. Niet alleen omdat ze geregeld bij voordrachten te vinden is, of omdat ze gedichten van Ingmar Heytze op muziek zette ter ere van de publicatie van zijn laatste bundel, maar omdat haar teksten gezongen poëzie zijn. Door kleine dingen op te merken, zoals muizen op een station, of een blinde man die de trap op rent met twee passen tegelijk, kijkt de luisteraar met een heel ander oog naar ‘het no rmale’. Niet voor niets won ze twee keer De Grote Prijs van Nederland, de Dommelsch Locals Only Tour en toert ze met de Elders in de Wereld-voorstelling, samen met haar favoriete dichter Ingmar Heytze, de Nederlandse theaters rond. |

|
|
Bart Moeyaert Als schrijver mag Moeyaert best een zwaargewicht worden genoemd. Want debuteren op de leeftijd van 19 (Duet met valse noten), vertaald worden in 17 talen en een 15e druk van de pers zien komen is niet voor iedereen weggelegd. Als dichter is de docent creatief schrijven minder doorgewinterd, maar evengoed stevig gevestigd. Hij debuteerde in 2003 met de bundel Verzamel de Liefde, en kwam ruim twee jaar later met Gedichten voor Gelukkige Mensen. Deze laatste bundel bevat veel werk dat hij schreef tijdens zijn stadsdichterschap van Antwerpen, maar de stijl is vergelijkbaar met die van zijn debuut. Van ´tussen de lakens´ tot existentiële vragen: het wordt met kleine woorden geschetst.
|

|
|
Dipika Mukherjee Dipika Mukherjee’s debut novel, Thunder Demons, was longlisted for the Man Asian Literary Prize 2009 and she won the Platform Flash Fiction competition in April 2009. Her first poetry collection, The Palimpsest of Exile, was published by Rubicon Press (Canada) in April 2009. She was a Paumanok Poetry Contest finalist and she has performed her poetry at the Iowa Summer Writing Festival in the United States, the Sugar Factory and Waterstones in Amsterdam, Seksan in Kuala Lumpur, Malaysia, and her poetry has been broadcast over Singapore Public Radio. In the past year, her work has twice appeared in the Asia Literary Review (Hong Kong), The South Asia Review (USA), Flashquake (USA), Freefall (Canada), Pilot Pocket Book 5 (Canada), Quarterly Literary Review of Singapore (Singapore) New Writing Dundee (UK) and Muse India (India).
|
Geen afbeelding |
Ramsey Nasr Dichter Des Vaderlands Ramsey Nasr beperkt zich niet tot poëzie: hij is ook schrijver, acteur en regisseur. Nasr werd geboren in Rotterdam, maar volgde zijn opleiding in België, aan de toneelacademie Herman Teirlinck in Antwerpen. In 1995 debuteert hij met een door hemzelf geschreven en gespeelde monoloog in het theater. Na enkele jaren bij Het Zuidelijk Toneel legt hij zich toe op het schrijven van poëzie. 27 gedichten & Geen lied (2000), onhandig bloesemend (2004) en onze-lieve-vrouwe-zeppelin (2006) zijn dichtbundels van zijn hand. In 2005 vervulde hij met veel bijval de functie van stadsdichter van Antwerpen, en in 2009 werd hij na een spannende race verkozen tot Dichter Des Vaderlands. |

|
|
Marcel Möring Van jongs af aan wist Möring dat hij schrijver wilde worden. Aan de opleidingen die hij doorliep, MAVO, HAVO en een studie Nederlands, hechte hij dan ook weinig waarde. In 1990 debuteerde hij, na baantjes als aardappelcontroleur en ober, met de roman Mendels Erfenis. Een boek dat werd gekroond tot beste debuut van het jaar. Hij begon met het schrijven van kritieken voor het NRC-Handelsblad en schreef nog een viertal boeken. Pas in 2008 verscheen zijn eerste dichtbundel, Reinigingsadvies. Deze bundel staat bol van speels, origineel en vernuftig taalgebruik. Zoals een recensent het pakkend formuleerde: Möring kan gewoon stinkend goed schrijven.
|

|
Nanne, Laura en Sabine Nauta Deze stijldichter goochelt met vormen en dicht al sinds zijn studententijd. Toen studeerde hij Franse taal- en letterkunde aan de Universiteit Utrecht, waar hij ook oprichter was van schrijversgroep Salon Artisanal d’Ecriture, een groep die zocht naar nieuwe structuren om in te schrijven. In zijn latere werk is die drang naar een andere vorm nog steeds aanwezig. Zo experimenteerde hij met kruissonnetten en adopteerde hij de Flarf stijl, een manier van dichten die rond 2000 ontstond, waarbij onder andere resultaten van internetzoekmachine Google gebruikt worden om gedichten samen te stellen. Zijn gedichten verschenen in diverse bloemlezingen waaronder Komrij’s Nederlandse Poezie van de 19e tot en met de 21ste eeuw.Vanavond bent u getuige van een bijzonder optreden: Nanne deelt het podium met zijn dochters Laura en Sabine. |
 |
|
Salon Saffier: Federico García Lorca Salon Saffier brengt in het Huis van de Poëzie een ode aan de Spaanse dichter Federico García Lorca (1898-1936), een van de belangrijkste schrijvers van de twintigste eeuw. Bij het begin van de Spaanse burgeroorlog maakte een vuurpeloton een einde aan het leven van deze fascinerende persoonlijkheid, die met zijn gedichten en zijn korte maar heftige leven velen inspireerde. Zelf vond hij inspiratie in de volkscultuur van zigeuners en flamenco van zijn geboortestreek Andalusië; elementen daaruit vermengde hij met modernistische en surrealistische motieven die niet vreemd waren aan zijn vrienden Dalí, Picasso en Buñuel. Als geschoold klassiek pianist streefde hij ernaar literatuur en muziek samen te brengen. Bart Vonck, vertaler en samensteller van de onlangs verschenen Verzamelde gedichten van Lorca en zelf ook dichter, vertelt over de bijzondere poëzie van de schrijver en acteur Boris van den Wijngaard vertolkt diens gedichten. Een eerbetoon aan een flamboyant dichter.
|

|
|
De Studium Generale Collegezaal Kom langs in de Collegezaal van Studium Generale, waar grenzen worden opgezocht en geslecht. Hoogleraar vertaalwetenschap en vertaler uit het Duits Ton Naaijkens (Universiteit Utrecht) en vertaalster uit het Frans Kiki Coumans gaan in op poëzie in vertaling. Welke problemen ontmoet de vertaler als hij de grens van een taal oversteekt? Is vertalen een wetenschap of een kunstvorm? En, kan de definitieve vertaling bestaan of is elke vertaling een interpretatie? Waar ligt de grens van vertaalbaarheid?
|

|
Hans Verhagen “Een eigenzinnige dichter en een durfal”, schreef de jury van de P.C. Hooft-prijs voor ze Hans Verhagen in 2009 de prestigieuze bekroning op zijn verdiensten als schrijver toekende. De juryleden prezen de succesvolle dichter en schilder voor zijn omvangrijke werk van ruim tien bundels, die blaken van het engagement en humor. Een rake omschrijving van deze kunstenaar pur sang, die in zijn werk meer vragen oproept dan beantwoordt. En met dromerige taferelen als “groene” weilanden de lezer in slaap wiegt. Bang om diezelfde lezer vervolgens met “brandende boterbloemen” en “Bommen” uit zijn sluimering wakker te schudden is Verhagen niet. |

|
|
Tommy Wieringa Joe Speedboot, is waarschijnlijk de eerste gedachte die opkomt bij de naam Tommy Wieringa. Die roman werd een bestseller en lag tot in de buitenlandse boekwinkels prominent in de schappen. Maar Wieringa is meer dan zijn succesroman. Zijn korte verhalen zijn tragisch en komisch tegelijk, de columns van zijn hand zijn vaak op het scherpst van de snede geschreven. Zijn poëzie is minder bekend, mede doordat hij nooit een bundel uitbracht. Onlangs vond het zijn weg naar het grote publiek doordat Erik Jan Harmens de titel van zijn bloemlezing Ik ben een Bijl leende uit het gedicht Hoewel Zacht van Wieringa. Hij dicht zo als hij schrijft: tegen de haren in.
|

|
Menno Wigman “De beste dichter van onze generatie”, noemde collega-dichter en vriend Ingmar Heytze hem. Ook critici prijzen zijn ritmische, romantisch getinte verzen waarvoor hij de Jan Campertprijs kreeg. Het begon allemaal op de middelbare school waar Wigman met hulp van zijn docenten het boekje Two Poems uitbracht. Een officieel debuut volgde pas jaren later, in 1997, met de bundel Zomers Stinken Alle Steden. Vijf jaar moest het publiek daarna wachten op een vervolg, Zwart als Kaviaar. Volgens de dichter zelf omdat hij maar twee goede gedichten per jaar kan schrijven. In 2004 bracht Wigman zijn tot nu toe laatste bundel uit, getiteld Dit is Mijn Dag. Het werk van Wigman valt buiten de vorm op door de donkere toon, de soms zwartgallige kijk op het leven en de gedoseerde zelfspot. Op het Huis van de Poëzie zal de dichter, die ook vertaler en bloemlezer is, bloemlezen uit eigen werk. |

|