Nieuws
Wat een mooi Huis van de Poëzie
Fotoverslag Maria Snoek
Foto: Maria Snoek
Hieronder een eerste indruk van de zesde sfeervolle en bijzondere bijzondere editie van het Huis van de Poëzie in het Centraal Museum Utrecht.
Het zesde Huis van de Poëzie in het Centraal Museum van Utrecht werd op 26 januari – Gedichtendag – om 20:00 uur geopend met een speciale voordracht door Rutger Kopland. Dat was het startschot voor de zesde, opnieuw uitverkochte, editie, van de enige live-poëziebloemlezing waar het publiek zelf doorheen kan lopen: ruim veertig dichters droegen voor in alle hoeken en gaten van het Centraal Museum.
Het Huis van de Poëzie is al jaren de grootste en een van de meest in het oog springende activiteiten op Gedichtendag. Het Huis van de Poëzie strijkt ieder jaar neer op een andere locatie die op zichzelf al een avondlijk bezoek waard is. Publieksfavorieten, podiumdichters, debutanten en gecanoniseerde dichters delen één podium. Naast voordrachten van Tonnus Oosterhoff, Judith Herzberg, Kees ’t Hart, Wim Brands, en vele anderen was er nieuwe poëzie van Menno Wigman, Ingmar Heytze, Michaël Vandebril en Eva Gerlach.
Muzikale omlijsting werd verzorgd door Rapper Kapabel, uit de stal van Kytopia en Monir Goran, een meester op de Ud (Arabische luit). Ook was er aandacht voor poëzie uit onverwachte hoek: gedichten van Franz Kafka werden speciaal voor het Huis op muziek gezet en Hans Dagelet droeg de poëzie van W.F. Hermans voor.
Het Poëziecircus introduceerde bij de succesvolle Abraham Bloemaert-tentoonstelling een nieuwe vorm van de Stille Disco: Silent Poetry. De dichters schreven gedichten bij de schilderijenen, brachten die ten gehore via een microfoon en het publiek werd met koptelefoons op langs de schilderijen geleid.
Kortom: Het Huis van de Poëzie was een feest waar alle zintuigen bij worden betrokken – het publiek wacht een waar sensorisch bombardement.

